gallery/logo_250

reistipsnoordamerika.nl

BRITISH COLUMBIA

KOOTENAY (NATIONAL PARK)

Dit zuidelijk van Yoho gelegen park volgt grotendeels de loop van de Kootenay River, die op zijn beurt weer herinnert aan de voormalige streekbewoners, de Kootenay indianen. De weg voert je vanaf Castle Mountain in Banff NP via Vermillion Pass naar het brede gletsjerdal van Kootenay om te eindigen in Radium Hot Springs. Delen van de route zijn getekend door de bosbranden die dit park meerdere malen hebben geteisterd. Door regelmatig een blik te werpen op de rivier bestaat een goede kans dat je herten de rivier ziet doorwaden of beren ziet scharrelen langs de rivier op zoek naar voedsel. Ook de sneeuwvelden op de bergflanken zijn geliefde plekken voor beren om af te koelen in de zomer.

 

Eén van de hoogtepunten in het park zijn de Paint Pots, die je via een korte wandeling kunt bereiken. De bodem is sterk roestkleurig door ijzerconcentraties die vrijwel overal in contact komen met oppervlaktewater. De indianen gebruikten deze sterk gekleurde bodem vroeger om hun huid, kleding en kunstvoorwerpen te beschilderen. De zuidelijke ingang bij Radium Hot Springs wordt gemarkeerd door Marble Canyon, een nauwe en steile door de natuur zelf gevormde toegang. Afgezien van de thermale bronnen vonden wij Radium Hot Springs geen bijzondere plaats voor een overnachting; wij gaven de voorkeur aan Invermere. 

 

MOUNT REVELSTOKE (NATIONAL PARK)

Dit park is één van de kleinere nationale parken van Canada en concentreert zich hoofdzakelijk rondom de gelijknamige berg. Deze vormt weer onderdeel van de Columbia Mountains en is met de zeldzame cedars en hemlock sparren ecologisch uitzonderlijk en van grote waarde. Een goede illustratie is ook het zeldzame bergrendier dat hier nog onderdak vindt. Ook herten, beren en berggeiten zijn hier thuis. Maar Mount Revelstoke is boven alles beroemd vanwege zijn alpine bloemenwereld, die uiteindelijk ook de aanzet was om Mount Revelstoke de status van nationaal park te geven. Toch zullen de details van dit gebied voor de meeste toeristen onontdekt blijven omdat het park een typisch doorgangsgebied is. Als toeristen al in de buurt blijven, zullen ze uitwijken naar Revelstoke een stad met een goed voorzieningenniveau.

PACIFIC RIM (NATIONAL PARK)

Gelegen tussen Tofino en Ucluelet ligt het gematigd regenwoud van de Pacific Rim. In deze smalle strook aan de westkust van Vancouver Island is, onder invloed van de vochtige luchtstromen vanaf de Grote Oceaan, een regenwoud ontstaan dat uniek is in de wereld. Het woud wordt begrensd door prachtige langgerekte stranden met Long Beach als hoogtepunt en voor de kust liggen kleine eilanden als pepernoten verstrooid in de zee. Door de continue zee invloed is het jaarlijkse neerslagvolume hoog en er staat vrijwel altijd een stevige wind tot genoegen van de vele surfers. Omdat via dit nationale park de enige verbinding met Tofino en Ucluelet mogelijk is, kun je er in beginsel gratis door rijden met als beperking dat je onderweg niet mag stoppen. Wat ons betreft verkeerde zuinigheid want Long Beach, Radar Hill en de Rain Forest Trail geven je een compleet overzicht wat dit park heeft te bieden. Vooral vanuit Tofino kunnen prachtige excursies per boot worden gemaakt, waarbij walvissen of zwarte beren kunnen worden gespot. De kans op succes is ter plaatse zeer groot en met veel geluk zie je zelfs de zeldzame Vancouver Island wolf. Tofino en Ucluelet zijn kleine plaatsen met voldoende overnachtingsmogelijkheden en restaurants, hoewel tijdig boeken in het hoogseizoen verstandig is. Langs de kustlijn liggen enkele exclusieve resorts met een waanzinnige ligging en dito prijzen. 

 

YOHO (NATIONAL PARK)

Is via de Kicking Horse Pass op de grens met Alberta verbonden met Banff NP. Yoho  verbindt Lake Louise met Golden in British Columbia en wordt doorkruist door de brede Trans Canadian Highway. De route is zeer aantrekkelijk en de kans op een ontmoeting met wild is aanzienlijk. Let vooral op de sneeuwrestanten tegen de bergen, want in de zomer zoeken grizzlyberen hier regelmatig verkoeling. De enige nederzetting van betekenis is de plaats Field waar het voorlichtingscentrum annex museum van het park is gevestigd. Vanuit Field heb je een snelle verbinding naar het aquamarijn gekleurde Emerald Lake. Langs het meer loop een vlak wandelpad en ook hier zijn weer kano’s te huur. Omdat Emerald Lake een bekende en graag gefotografeerde locatie is, moet je er rekening mee houden dat het bij de prachtig gelegen Emerald Lake Lodge in de zomer vaak extreem druk is. Mocht je nog trek hebben in een “watervalletje” dan voert de Yoho Valley Road je snel naar Takkakaw Falls. Yoho NP is ook zo’n typische doorreis bestemming, mede door haar beperkte ontsluiting en omvang. 

 

LITTLE QUALICUM FALLS (PROVINCIAL PARK)

De naam impliceert al dat de grootste attractie van dit park de watervallen  zijn in de Little Qualicum River. Het kleinschalige park is centraal gelegen op Vancouver Island tussen Parksville en Port Alberni direct ten oosten van het prachtige Cameron Lake. De watervallen zijn bereikbaar via een korte wandeling en ter plaatse kan goed worden geparkeerd en leuk worden gepicknickt. Met een tussenstop van ruim één uur heb je alles goed kunnen bekijken. 

 

MACMILLAN (PROVINCIAL PARK)

biedt onderdak aan Cathedral Grove een bosgebied met gigantische eeuwenoude douglas sparren. Door het bos voeren meerdere wandelingen waarbij je de omvang en hoogte van de bomen en je eigen nietigheid aan den lijve kunt ervaren. Ter plaatse zijn de parkeermogelijkheden uiterst beperkt hetgeen vaak tot opstoppingen leidt. MacMillan ligt aan het westelijke uiteinde van Cameron Lake en vergt ook een reisonderbreking van niet meer dan één uur. 

 

MANNING (PROVINCIAL PARK)

is gelegen tegen de grens met de USA en vormt samen met de aangrenzende nauwelijks bereikbare Cascade Recreation Area en Skagit Valley PP één geheel, terwijl het park aan de USA zijde van de grens doorloopt in het North Cascades NP. Het vormt hiermee het meest noordelijke deel van de vulkanische Cascade Mountains, die zich uitstrekken tot het zuiden van Oregon in de USA. De prachtige bergwereld van het park bezit een grote populatie zwarte beren en kleurrijke en alpine bloemenweides. Om het park te verkennen staan je veel wandelroutes ter beschikking, waarbij de Rain Orchid Trail en Beaver Pond Trail kort en daarmee voor eenieder goed beloopbaar zijn en bovendien erg fraai zijn. Qua overnachting binnen het park ben je, met uitzondering van de vele campings, aangewezen op de Manning Park Lodge. Dit is een robuuste resort in blokhutstijl met comfortabele kamers waar je voor een redelijke prijs kunt overnachten en eten. Je verblijft midden in het park en overal wordt ervoor gewaarschuwd dat beren je buurman zijn. Door Highway 3 te volgen kun je Manning van west naar oost doorkruisen; verdere alternatieven zijn er helaas niet. Het park is op ruim 2 uur van Vancouver gelegen en ook op doorreis makkelijk in één dag te bezichtigen. 

 

MOUNT ROBSON (PROVINCIAL PARK)

Het park is gesitueerd rondom de markante Mount Robson. die met een hoogte van 3.954 meter de hoogste berg van de Canadese Rockies is. Vanaf het mooie Visitor Center aan de voet van de berg heeft je op heldere dagen prachtig uitzicht op deze imposante berg met haar altijd witte kruin en gletsjers op haar hellingen. Helaas wordt de top echter vaak door wolken aan het zicht onttrokken. Mount Robson NP grenst direct aan Jasper NP en is middels de Trans Canada Highway ontsloten. Hotels ontbreken zodat dit park echt als een doorreisbestemming moet worden gezien. Het park profiteert qua wildstand optimaal van de vrije uitwisseling met Jasper NP en op de hellingen van Mount Robson zijn er op heldere dagen zelfs goede kansen om berggeiten te zien. 

 

TWEEDSMUIR SOUTH (PROVINCIAL PARK)

Is onderdeel van de Coastal Mountains en vormt de toegang tot de Bella Coola Valley. Het is één van de grotere provinciale parken van British Columbia. Ondanks haar gigantische omvang is Tweedsmuir grotendeels ontoegankelijk en daarmee ongerept gebleven. Moeder natuur heerst hier nog in al haar schoonheid en de invloed van de mens is minimaal. Uitsluitend Highway 20, een normale tweebaansweg, biedt doorgang via de zuidelijkste punt van het park. Hoewel alle grote zoogdieren hier ruimschoots zijn vertegenwoordigd is Tweedsmuir vooral bekend om haar grote populatie beren. Hier beleefden wij dan ook de eerste opwindende ontmoeting met een grizzly berin en haar jong.

 

De route door Tweedsmuir is adembenemend en avontuurlijk maar pas op voor de vele steekvliegen, die je het leven zuur kunnen maken in de zomer. Zelfs de beren schijnen ervoor te vluchten! De route over de steile en onverharde Heckman Pass geeft nog een extra dimensie aan uw bezoek aan Tweedsmuir. Omdat de bewoonde wereld hier echt ver verwijderd is, moet je niet op hotels, restaurants of benzinestations rekenen. Rijdt wel voorzichtig want wild langs of op de weg is geen uitzondering en de afwikkeling van een aanrijding of pech kan hier lang gaan duren. Wees altijd goed voorbereid op deze reis. 

 

WELLS GRAY (PROVINCIAL PARK)

Is ten onrechte één van de minder bekende parken dat door veel toeristen over het hoofd wordt gezien en in schaduw lijkt te staan van de Rocky Mountains en haar nationale parken. Toch is dit park met haar meren en watervallen een bezoek volledig waard. De plaats Clearwater met beperkte overnachtingcapaciteit is een goede uitvalsbasis voor toeristen voor een eendaags bezoek aan dit park. De Clearwater Valley Road voert je diep het park in langs de grootste attracties en eindigt bij Clearwater Lake. Bedenk vooraf dat je hetzelfde traject nog terug moet rijden. Vooral de watervallen van Dawson Falls en het adembenemende Helmcken Falls hebben bijgedragen aan de bekendheid van het park. De vele elanden en zwarte beren, die de bossen bewonen maken een bezoek aan Wells Gray extra spannend. In het park is het lekker rustig, ook in de zomermaanden. Vanaf de Green Mountain Viewing Tower heb je een geweldig uitzicht over het park en de omringende Caribou Mountains.